l'Histoire de Lucien

L'Histoire de Lucien


L'Histoire


In 1914 vluchtte Adonise Hecare voor den grooten oorlog van

Serrie-les-Mesiéres, een noord-frans dorp tegen Saint Quentin, naar Gap, een stad in de Hautes-Alpes.

Zij kon daar aan de slag als gouvernante bij een kasteelheer. Daar begon ze een relatie met de zoon des huizes. Al een geluk, want uit die relatie werd mijn opa Lucien geboren. Hij zou zijn vader wel nooit kennen. In 1918 reisde hij samen met zijn moeder dan terug naar haar geboortedorp.

Daar leerde ze Alfredo Uyter Hoeven kennen.

Rond 1920 wilden ze samen naar Liège reizen om het geluk op te zoeken.

Door een verkeerde trein te nemen kwamen ze echter in Lierre (Lier) terecht.

Zij zouden daar blijven. 

Adonise trouwde met Alfredo. Maar mijn opa's stiefvader was een vreselijk man en zijn jeugd werd een regelrechte hel. Wij herinneren ons nog levendig de tientallen littekens van de ontelbare zweepslagen met de riem. En eten kreeg hij als er nog iets over was.

De jaren van de tweede grooten oorlog waren ook geen lachertje. Smokkelen en verkopen op de zwarte markt waren de enige opties om te overleven.

Later reed hij als jonge knaap rond door de straten van Lier met een stootkar vol groenten en fruit, zelf geteeld op de volkstuintjes achter het Begijnhof.

En 's avonds speelde hij in cafées met zijn accordeon om nog een centje bij te verdienen. en dat kon hij geweldig. Elk deuntje dat hij hoorde op de radio speelde hij gewoon na, alsof hij het zelf geschreven had. Fantastisch gewoon.

Zijn leven was tot dan toe niet echt rooskleurig geweest, maar daar bracht hij zelf verandering in.

In1938 leerde hij Maria Torfs kennen. Hij huwde zijn enige grote liefde een jaar later. Samen kregen ze twee zonen, Marcel en Jan. Die laatste rakker is mijn vader.

Lucien ging aan de slag als verkoper bij koekjesfabrikant Biekens. Hij bleek een topverkoper. Door problemen met zijne patron gaf hij daar zijn ontslag en begon op zijn eigen. 

In 1958 begint hij in zijn garage op de Waversesteenweg met één oventje cakejes te bakken. Maar ze hadden nog geen naam voor hun zaak. Die vonden ze na een uitje in het veld, Pic-Nic. Het werd een succes. Op enkele jaren stampte hij een firma uit de grond met op zijn hoogtepunt meer dan 100 personeelsleden en meer dan 3000 klanten over het ganse land. 

Hij leefde voor zijn zaak. Maar nog meer voor zijn familie. Dat was hét belangrijkste voor hem. Elke zaterdag was als een feest voor ons.

Maar de pret duurde niet lang. In 1978 sloeg het noodlot toe en stierf hij plots op 61-jarige leeftijd.

De bon-vivant pure sang, want dat was hij zeker, was meer een halfgod dan een opa voor ons. Na meer dan 40 jaar missen we hem nog steeds. En we zullen hem blijven missen.

Big Bizou Pappée, à plus tard x 


Copyright © Alle rechten voorbehouden